Soorten dwarsfluiten

Er zijn verschillende soorten dwarsfluiten te onderscheiden. Allemaal hebben zij een eigen vorm, maar ook een eigen geluid. Hierdoor wordt de keuze erg gevarieerd. Waarschijnlijk leer je het dwarsfluit spelen op de 'normale' dwarsfluit. Als je dit onder de knie hebt, kun je aan de slag met de andere soorten en jouw favoriet kiezen. Om je een beeld te geven van de verschillende soorten, staan ze hier in het kort uitgelegd.

Het begin: de gewone dwarsfluit

Als je gaat beginnen met dwarsfluit spelen, leer je dit waarschijnlijk op de gewone dwarsfluit. Dit fijne instrument is 66 cm . Het is een houten blaasinstrument. Toch zijn de meeste dwarsfluiten tegenwoordig van metaal gemaakt.

Soorten dwarsfluiten: de piccolo

De piccolo is een sopranino-dwarsfluit. Het is een octaverend instrument. Dit betekent dat de noten van de piccolo een octaaf lager genoteerd moeten worden dan dat ze klinken. Je kunt met dezelfde grepen spelen als bij de dwarsfluit. Wel klinkt het geluid een octaaf hoger dan bij de dwarsfluit.

soorten dwarsfluiten

De fluit met lagen tonen: altfluit

De altfluit is ook één van de verschillende soorten dwarsfluiten. Deze is een stuk groter dan de dwarsfluit. Ook zijn de tonen een heel stuk lager. Het is een transponerend instrument. Dat betekent dat deze een kwart octaaf lager klinkt dan de dwarsfluit. Doordat de altfluit zo groot is, wordt deze vaak gemaakt met een gebogen kopstuk. Zo wordt het een stuk makkelijker om deze vast te houden en te bespelen.

Een grote dwarsfluit: basfluit

Ook de basfluit klinkt een octaaf lager dan de dwarsfluit. Deze buis is maar liefst 146 centimeter. Hierdoor wordt het kopstuk gebogen gebouwd, net als bij de altfluit. In orkestwerken zie je de basfluit niet vaak terug. Ook in symfonische orkesten komt dit instrument niet vaak voor. Wel wordt deze gebruikt in modernere symfonische composities. Daarnaast hoor je de basfluit ook wel eens in kamermuziek.